Reactie DPM op Verordening Startersleningen

Reactie DPM op Verordening Startersleningen

In de Algemene Kamer is uitgebreid gesproken over het al dan niet voortzetten van Startersleningen. De komende jaren komen er gelden beschikbaar omdat burgers die een aantal jaren geleden gebruik gemaakt hebben van de startersleningen daar nu op beginnen af te lossen.
De vraag is of we deze gelden opnieuw moeten inzetten voor de uitgifte van nieuwe startersleningen. De afgelopen jaren kon de gemeente geen nieuwe leningen uitgeven omdat het budget op was.
DPM heeft het idee dat de Startersleningen nog steeds in een behoefte voorzien. Dit werd ook bevestigd in de presentatie die werd gegeven door het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse Gemeenten (SVN)
De wethouder heeft aangegeven dat de startersleningen niet zozeer meer hoeven te worden ingezet om de woningmarkt vlot te trekken, maar vooral om de doorstroming in bestaande woningen te bevorderen. Wij onderschrijven dit doel. Echter in het voorstel voor de nieuwe verordening staat dat de starterslening alleen kan worden gebruikt voor de aankoop van bestaande woningen.
Wij zijn van mening dat we de doorstroming zo optimaal mogelijk moeten zien te stimuleren en dat kan alleen als de starterslening zo breed mogelijk wordt ingezet.
Wij kunnen derhalve instemmen met de verordening, maar zullen (mede) een amendement indienen /steunen voor aanpassing van de voorwaarde, zodat de startersleningen ook nog steeds beschikbaar blijven voor de aankoop van een nieuwbouwwoning.
Sinds het moment dat de starterslening in het leven is geroepen is het beleid en doel waarvoor de lening werd ingezet een aantal keren veranderd. We hebben in de loop van het proces echter nooit geƫvalueerd of deze doelen ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd.
Wij sluiten ons aan bij de aanbevelingen die de rekenkamercommissie doet in haar rapport over de startersleningen.
1. We willen het college daarom verzoeken dat de starterslening wordt geƫvalueerd op de doelen die we ermee willen bereiken. Wij denken dat het college na verloop van tijd in staat moet zijn de effecten op de lokale woningmarkt te meten.
2. Tevens dient de Raad beter inzicht te krijgen in de hoogte van inkomsten en kosten die met de starterslening samenhangen. Deze zijn immers van belang voor de hoogte van de voorziening Wonen in de jaarrekening en voor de begroting.
Ook deze punten zijn in het amendement vervat.

No Comments Yet.

Leave a Reply